3 mei 2016

Jeugdzorg is dweilen met de kraan open

Om de vraag naar jeugdhulp te minderen zal de overheid het gezin in ere moeten herstellen, betoogt Bernard van den Belt MA .

Ruim 356.000 jongeren tot 18 jaar ontvingen in 2015 jeugdhulp. Dat is zo’n 10 procent van alle jongeren in Nederland, aldus de jongste cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (RD 29-4). Deze cijfers, die voor het eerst gepresenteerd werden, geven te denken. Omgerekend zitten in een gemiddeld klaslokaal dan zo’n twee of drie jongeren met jeugdhulp. Voor veel van deze jongeren is het nodig dat er extra zorg en ondersteuning is. Zonder deze hulp zouden zij veel belemmeringen ervaren op weg naar volwassenheid.

Sinds de jeugdzorg is gedecentraliseerd, per 1 januari 2015, zijn gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de jeugdhulp. De verwachting is niet dat het aantal hulpaanvragen zal afnemen. Er zijn hoge verwachtingen van een aantal preventieve maatregelen. Deze zullen niet het gewenste effect hebben zolang er geen fundamentele verandering plaatsvindt op verschillende terreinen die raakvlakken hebben met de jeugdzorg. Te denken valt aan de visie op gezin en opvoeding en de vraag of, en zo ja hoe we de samenleving willen beschermen tegen gevaren van verslaving.

Hoeksteen 

Jeugdzorgpreventie werkt pas als het gezin als hoeksteen van de samenleving in ere wordt hersteld. Op een goede manier investeren in kinderen belangrijk is. Het kind komt veelal het best tot zijn recht in het eigen gezin. Daarom is het nodig dat er voortdurend bezwaren aangetekend worden tegen de stimulans van de overheid dat ouders hun verantwoordelijkheid om kinderen op te voeden uit handen geven.

Een voorbeeld. Als kinderopvang als doel heeft te stimuleren dat beide ouders werken, is dit een ontwikkeling die uiterst kritisch gevolgd moet worden. Het is tekenend dat in de Wet ontwikkelingskansen door kwaliteit en educatie (Wet OKE) kinderopvang wordt gedefinieerd als „het bedrijfsmatig verzorgen en opvoeden van kinderen.”

Kinderen verdienen een persoonlijke opvoeding door hun eigen ouders. Dat is voor hen het beste. Ouders zijn onvervangbaar. Zolang dit streven als idealistisch of nog erger als ouderwets wordt weggezet, zullen jeugdhulpcijfers niet dalen.

Drugs 

In dezelfde editie van de krant (RD 29-4) wordt melding gemaakt van het feit dat het aantal bezoekers van coffeeshop ’t Keldertje in Kampen de laatste jaren flink is gestegen. Vijf jaar gedoogbeleid heeft niet geleid tot het gewenste ‘verminderingseffect’. Integendeel.

Drugs worden terecht vaak gekoppeld aan verslaving. De verwoestende gevolgen ervan zijn niet zelden zichtbaar, zeker in levens van jongeren. Hoe kan een overheid enerzijds de verkoop van drugs legitimeren en anderzijds worstelen om de jeugdzorg betaalbaar te houden? Dit lijkt tegenstrijdig.

Laten gemeenten hun beperkte middelen niet investeren in het toezicht houden op een gedoogde coffeeshop, maar bijvoorbeeld in ambulante straathulpverlening en andere preventieve maatregelen die als doel hebben het drugsgebruik te minimaliseren. Daarbij is het noodzakelijk dat preventie zich op meer richt dan alleen drugs. Ook de verwoestende gevolgen van andere verslavingen (alcohol, roken enzovoort) staan de ontwikkeling van jongeren in de weg.

Los van het feit dat gedogen van het kwade onverenigbaar is met Bijbelse uitgangspunten (zie bijvoorbeeld Ps 5:4), zal het tolereren van drugsgebruik zeker niet bijdragen aan vermindering van jeugdhulpverlening. Overheden zouden daarom hun handhavende en beschermende taak serieus moeten nemen. Laten ze jongeren beschermen voor de grote gevaren van verslavingen. Ten onrechte wordt weleens de suggestie gewekt dat softdrugsgebruik gevaarlijker is dan overmatig alcoholgebruik of roken. Laten we onze ogen echter niet sluiten voor de gevaren die ook aan overmatig gebruik van die genotsmiddelen verbonden zijn.

Branding 

Er wordt weleens gesproken over ”de jeugd in de branding”. Daar waar de golven het sterkst zijn, de kans op meezuigen en verdrinking het grootst is. Wat is het daarom noodzakelijk om te zorgen voor houvast in de branding en demping van de golven.

Laten we, vanuit de eenheid gezin, kerk en school, in samenwerking met de staat (politieke partijen) onze verantwoordelijkheid nemen om de jeugd in de branding van het bestaan te helpen door verleidingen tegen te gaan. Dit zal een positief effect hebben op de jeugdhulpaanvragen. Ons ideaal? „Opdat wij een gerust en stil leven leiden mogen in alle godzaligheid en eerbaarheid”(1 Tim. 2:2).

De auteur is SGP-raadslid te Kampen en werkzaam in het onderwijs.